Na een dikke week in de nieuwe lockdown, waarin mijn geliefde horeca weer heeft moeten sluiten en het dagelijks leven langzaam tot stilstand komt, werd ik wakker met een onbehaaglijk gevoel en de behoefte om het van me af te schrijven. Zoals, in verkorte versie, verschenen in het Parool van 24-10-2020, mijn vraag om nuance en balans in het publieke debat rondom de coronamaatregelen:

“Beste Mark, Hugo, Femke en alle andere beleidsmakers die zich aangesproken voelen,

Ik ben Uri, 30 jaar, Amsterdammer. Alleenstaand, alleenwonend, hoogopgeleid. Samen met vele anderen van mijn leeftijd, daar wat onder en wat boven werk ik met veel liefde en passie in de Amsterdamse horeca, bij een groot restaurant in de Plantagebuurt in Amsterdam. Ik ben momenteel actief als vrijwilliger bij de lokale afdeling van de PvdA en schrijf mijn eigen blogje, wat mijn manier is om de wereld om me heen wat beter te begrijpen. Kortom, iemand als velen. Maar jullie raken mij kwijt.

Na dik tweeënhalve maand thuis zitten eerder dit jaar, waarbij een klein boodschapje en een wandelingetje door de buurt of een glas wijn met een of twee vrienden het enige was om naar uit te kijken, kan ik in alle eerlijkheid niet beloven dat het me nog een keer gaat lukken. Zonder uitzicht op verbetering, zonder dat ik mensen ken die ook maar meer dan enkele griepsymptomen hebben gehad voor een dag of twee en met elke dag abstracte cijfers van de wijze mannen bij allerlei instanties die doembeelden schetsen van maandenlange lockdowns en jarenlange vergezichten van een nieuw leven met het virus.

In een samenleving als de onze is het niet meer dan normaal dat bij een medische noodsituatie kwetsbare groepen beschermd moeten worden. Maar wanneer houdt het op een noodsituatie te zijn en begint een nieuwe manier van leven zich te ontwikkelen? En wie bepaalt dat? Alhoewel wij, de stemgerechtigde bevolking van Nederland, blijkbaar in meerderheid de idealen steunen waarop het huidige regeerakkoord is gebaseerd, is een situatie ontstaan waarin kleine politieke issues plaats maken voor grote, bijna levensbeschouwelijke beslissingen. Begrijp me niet verkeerd, ik ben geen virusontkenner en ik wil ook niet zeggen dat we alle kwetsbare mensen maar aan hun lot over moeten laten. Daarbij denk ik bijvoorbeeld aan mijn eigen opa van 93, mijn ouders inmiddels dik in de zestig met wat onderliggende kwalen, en heel veel anderen. Ook ik hou nog steeds met alle liefde rekening met iedereen die daar behoefte aan heeft. Maar wanneer komt de balans terug? Want ik, en velen met mij, hou het niet simpelweg niet vol om weer twee maanden thuis in mijn eentje op de bank te zitten.”

Zie ook mijn lopende serie over de recente geschiedenis van conflict en diplomatie in het Midden-Oosten:

Een kleine geschiedenis van het Midden-Oosten: historische akkoorden, deel 1
Een kleine geschiedenis van het Midden-Oosten: historische akkoorden, deel 2
Een kleine geschiedenis van het Midden-Oosten, deel 3: De Koude Oorlog